Akerkhof Groningen, 12-09-2009 15:05
Werkzaamheden aan het spoor en fotofestival Noorderlicht blijken een band te hebben. Want
net als vorige week, mocht ik gisteren er extra lang over doen om naar Groningen te komen. Wat later dan gewild stapte ik uit de trein, voor een tweede dag Noorderlicht. Nu liep ik gelijk naar de expositie aan de Trompsingel. Het ligt wat buiten het centrum en met zoveel dingen te zien, moet je een beetje gaan plannen. Eerst CBK Trompsingel dus en dan weer naar het echte centrum van de stad.
Thema bij CBK is War Machines, samengesteld door de vaste curator Wim Melis. Melis laat vooral oorlogstuig, en dan vooral de raketten, zien als ze niet gebruikt worden voor een gevecht. Maar als simpele oefening om te kijken of de raketten nog werken, zoals de serie van
Simon Norfolk. Groot en glanzend gepresenteerd, als een gewoon onderdeel van het landschap. Bizar. Ook bizar, maar nog meer traditioneel documentair zijn de series van
Simon Roberts en
Paul Shambroon, die wapentuig als attractie laten zien. Het meeste indruk maakte desondanks de kleine serie van de Japanse fotografen Yosuke Yamahata en Shunkichi Kikuchi die vlak na de bombardementen tijdens de Tweede Wereldoorlog de foto's maakten in Nagasaki en Hiroshima. Het is de fotojournalistiek zoals we die kennen, ruw, hard en puur. Niets te maken met een kunstzinnige uiting of een persoonlijke visie. Gewoon, hier zijn atoombommen gevallen en dit is het gevolg. Huiveringwekkend.
Bijna schattig is dan The Persuit of Happinness, van dezelfde curator in Minerva, ware het niet dat je ook daar niet altijd even fijne onderwerpen treft. Via een doolhof loop je tegen foto's van het dagelijks leven aan. Soms een wat kunstzinnigere foto, soms duidelijk puur documentair. Zeventig foto's van zeventig fotografen hangen er en dan wisselt het wel natuurlijk. Ook afhankelijk van je smaak. Fijn om er doorheen te lopen is het zeker. Het brengt wat lucht in het festival, gewoon plaatjes kijken. En ondertussen wel beseffen dat dagelijkse dingen soms minstens zo interessant kunnen zijn als ellende. In dezelfde ruimte hangt ook Photolab, met drie series over Belgrado van de fotografen
Boogie,
Dirk-Jan Visser en
Mark Nozeman. Ook hier dagelijks leven, maar dan wel uit een stad met een onrustige geschiedenis. Je voelt het aan de foto's. Hier smeult nog wat na, de stad is nog niet klaar met het recente verleden. De fotografen hebben een persoonlijk verbintenis met de stad, maar dat uit zich vooral in de onderwerpskeuze. De foto's zelf zijn goed, veel zwart-wit en zonder nadrukkelijk persoonlijk standpunt gefotografeerd. Dat doet
Teun Voeten ook. Zijn overzicht van werk uit diverse conflictgebieden hangt onderin de USVA galerie. De bekende soort foto's van ellende, met een fijn oog vastgelegd door Voeten. Dit is journalistieke fotografie in de engste zin des woords. En dan ook nog in zwart-wit.
Zwart-wit en traditionele fotojournalistiek is ook te zien in de Aa-kerk, de hoofdlocatie van het fotofestival. De kerk is min of meer opgedeeld in twee delen, als je binnenkomt is rechts het meer persoonlijke werk, links het meer traditionele werk. Over het persoonlijke deel heb ik eerder al wat geschreven. Ook na een tweede bezoek weet ik niet goed raad met wat ik daar zie. Het zal waarschijnlijk aan mij liggen, maar de serie Drowned van Seba Kurtis vind ik toch te ver gezocht. Leuk idee, maar documentair? Ik weet het niet. Dat geldt voor meer series van het onderdeel Closing In van gastcurator Lauren Heinz. Een uitzondering is
Lurdes R. Basolí, met een serie over Caracas. Gewoon foto's, meer niet en ze zijn nog goed ook. Ook bij Lost zijn het toch vooral de traditionele series zijn die mij het meeste doen. Zoals Marseille van
Arja Hyytiäinen of de serie over zelfmutilatie van
Kosuke Okahara. Je leest de bijbehorende tekst, je bekijkt de foto's en het verhaal is duidelijk. Misschien is het wel mijn manco, dat zou heel goed kunnen.
Ik kom duidelijk meer aan mijn trekken in de linkerhelft van de kerk. Daar hangt werk van Jodi Bieber bijvoorbeeld. Gewoon sterk. Zowel wat betreft de inhoud, als de selectie en de fotografische techniek. Het staat als een huis, net zoals de foto's van
David Damoison of
Viviane Dalles. Achter de series zit soms ook een persoonlijk verhaal, zoals het geval bij Damoison, maar dat zit de serie niet in de weg. Het meest indrukwekkend zijn echter de foto's van de Palestijnse fotografen, samengesteld door
Stuart Franklin. Je hebt geen tekst nodig om te weten waar het over gaat. Het zijn keiharde foto's van een keihard conflict. Ze grijpen je bij de ballen. Boem! Wat een ellende zie je. Wie er schuldig is, daar gaat het niet om bij de foto's. Dit is oorlog, dit gun je niemand. De foto's zijn ook persoonlijk, de fotojournalisten wonen zelf in de getroffen gebieden. Het zijn heftige verhalen, heel direct en confronterend. Je zou vraagtekens kunnen zetten bij de objectiviteit van de fotojournalisten, hoewel diverse fotografen in de interviews zeggen dat je vooral eerlijk moet fotograferen. Ze stellen ook vraagtekens bij de eerlijkheid van buitenlandse fotografen. Objectiviteit bestaat niet, ook niet in de fotojournalistiek. Eerlijk zijn de foto's zeker; er zijn heftige bombadementen geweest en daarbij zijn veel slachtoffers gevallen. Die wordt getoond door lokale fotografen die hun leven riskeerden, zodat de wereld kon zien wat er gebeurde. "
Will they still need to send foreign photographers ... in this war did we pass the exam?" vraagt Abid Ketab zich af. Ik denk dat weinig fotografen het hadden kunnen verslaan zoals de Palestijnse fotografen deden.
Bij fotofestival Noorderlicht zie je eigenlijk altijd wel veel confronterende beelden. Logisch, bij een festival dat zich met name richt op documentaire en journalistieke fotografie. Ook deze keer ontkom je niet aan een dosis ellende op je netvlies. Dat geeft niet, mits het goed gebracht wordt. Deze editie is duidelijk gekozen voor een wat bredere benadering. Een meer persoonlijke benadering van de fotografen, zo staat her en der te lezen. Dat werkt soms goed, soms helemaal niet. Documentaire fotografie verandert, dat is bekend. En dus verandert ook Noorderlicht. Dat is goed. Alleen komt het nu soms wat geforceerd over. Het gevaar dreigt dat de fotograaf het onderwerp wordt en de foto zelf minder van belang. Zover is het nog niet bij Noorderlicht gelukkig. Het mooie van Noorderlicht is namelijk dat je weer eens met de neus op de feiten gedrukt wordt. Zo mooi is de wereld niet altijd. Dat laat Noorderlicht ook dit jaar weer zien, zonder te pessimistisch te zijn.
Groningen mocht door werkzaamheden nog wat verder weg liggen dan normaal, beide dagen waren de moeite waard. Er is veel te zien. Ondanks twee bezoeken heb ik nog lang niet alles kunnen bekijken. Het is een onmogelijke opgave bij een fotofestival lijkt wel. Maar wat ik heb gezien heeft mij weer geïnspireerd en gemotiveerd. Documentaire fotografie is een geweldig vakgebied en er zijn nog verhalen genoeg te vertellen. Aan de slag!
Trefwoorden: fotografie, fotofestival, documentaire_fotografie, tentoonstelling, Noorderlicht
Belichtingen voor deze afdruk worden voor plaatsing eerst gecontroleerd.